Website Beeldje van St. Geertruid

       Home       Contact info       Links     

 

Downloads:                                                                                                                                                                                        06-04-2012 Vernieuwd

Samenvatting Beeldje St. Geertruid.pdf   Een prehistorisch beeldje van St. Geertruid febr. 2012.pdf    Kansberekening symbolen aug 2011.pdf

De samenvatting van het rapport                    Het gehele rapport inclusief samenvatting                                     De bijlage kansberekeningen     

                                                                     Erratum blz. 19 met nieuw argument voor prehistorische ouderdom graveringen

Het beeldje van St. Geertruid: een figuratieve vuursteen met gegraveerde symbolen.

Begin negentiger jaren vond ik op de Kaap bij St. Geertruid  een kleine vuursteenknol (hoogte 6,5 cm)  met in de cortex groeven die mij opzettelijk gemaakt leken. De vorm van die vuursteen deed mij denken aan een ‘zittend persoon’. Toen ik in 2007 vijfenzestig jaar werd, vond ik het tijd worden om serieuze aandacht voor mijn vondst te vragen. Ik had toen net de boeken van Marija Gimbutas gelezen over de goden en godinnen van prehistorisch Europa. In die boeken worden prehistorische beeldjes getoond, met soms vergelijkbare (eenvoudige) vormen en met identieke graveringen (symbolen) als op mijn vondst.  

  

  

“De Koninklijke weg”: onderzoek door de archeologen op gang brengen, bleek echter niet haalbaar. Omdat door henzelf nooit eerder een figuratieve vuursteen met gegraveerde symbolen is gevonden, was denk ik het ongeloof te groot. Uiteindelijk heb ik dit onderzoek dan maar zelf gedaan.  Nadat in 2011 een leesbaar concept rapport gereed was gekomen, bleek overleg mogelijk met de conservator prehistorie Nederland (Amkreutz) van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO). Waarvoor dank. Belangrijk, omdat het RMO een vooraanstaande rol heeft bij de zorg voor mobiel erfgoed van Nederland. Na een onwennige start werd duidelijkheid over welke hoofdzaken we het wel en niet eens waren. Ik heb geprobeerd de opmerkingen en visie van het RMO zo goed mogelijk in mijn rapport weer te geven en e.e.a. naast mijn bevindingen te plaatsten, zodat de lezer zelf een goed oordeel kan vormen.  

  

De samenvatting van het rapport, het volledige rapport (incl. de samenvatting), en de bijbehorende kansberekeningen kunnen worden ingezien, geprint en gedownload door te klikken op de links aan de bovenzijde van deze pagina.

 

Uit het onderzoek blijkt dat gesproken mag worden van een ‘beeldje van St. Geertruid’. Op grond van proeven en parallellen voor bepaalde kenmerken, kon 

ook de meest waarschijnlijke datering worden bepaald: de Lineaire Bandkeramiek (5500-4900 v. Chr.).  Alle parallellen uit Nederland en omringende landen verwijzen naar deze periode. Daarmee lijkt het te gaan om een voor Nederland uniek beeldje, waar men speculatief een beeldje van een Vogelgodin in kan zien. Zover ik weet is uit Nederland slechts één steentijdbeeldje bekend en erkend door de archeologen. Uit het gehele gebied van de Lineaire Bandkeramiek (LBK), kent men wel meerdere fragmenten van LBK beeldjes, maar geen enkel compleet beeldje. En tenslotte is er, voor zover bekend,  nooit eerder een figuratieve vuursteenknol met graveringen gevonden.

 

Er zijn dus meerdere redenen om dit rapport te schrijven en te publiceren op website www.beeldjestgeertruid.nl :

·         De publicatie betreft een voor Nederland uniek beeldje, waar men speculatief een beeldje van een Vogelgodin in kan zien,  met als meest waarschijnlijke datering de Lineaire Bandkeramiek (5500-4900 v. Chr.) De publicatie heeft daarom nieuwswaarde.

·         De publicatie is van belang om anderen attent te maken op het bestaan van beeldjes die gemaakt zijn door het graveren in de cortex van een figuratieve vuursteenknol.

·         De publicatie kan bevorderen dat ook archeologen of archeologische diensten alsnog verder onderzoek doen.

·         De publicatie is nodig om te voorkomen dat een vondst als deze in de vergetelheid raakt en voor het Nederlands erfgoed verloren gaat.

Ik heb de publicatie tevens benut om de door mij gevonden parallellen tussen de afbeelding van de ‘danseres van Geldrop’ (een erkende kunstuiting uit de steentijd van Nederland) en rotsschilderingen uit Noord Afrika te tonen. Zie rapport, paragraaf 14.

 

Deel I van dit rapport gaat over de vraag: is het een beeldje?

Acht groeven op de vuursteenknol, voldoen aan de kenmerken voor graveringen gemaakt door schrapen. Deze acht groeven vormen drie symbolen: twee

V-symbolen en één tri-line symbool, dat bekend is van andere archeologische vondsten. Uit de kansberekeningen blijkt dat de kans op antropogene oorsprong van de symbolen vele tientallen miljarden malen groter is dan de kans op toeval. Er kan daarom met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de beschouwde symbolen opzettelijk door graveren zijn aangebracht en dat er dus sprake is van een beeldje. Die conclusie wordt bevestigd door het feit dat de acht beschouwde groeven alle met slechts één werktuig gemaakt kunnen worden. Als deze groeven toevallige schampsporen i.p.v. graveringen zouden zijn, is de kans daarop klein. Ook de harmonie tussen de graveringen en de vorm van het beeldje bevestigt die mening. En last but not least 

is er ook nog technisch bewijs dat de beschouwde groeven graveringen zijn.

 

In deel II van dit rapport betreft het bepalen van de meest waarschijnlijke datering.

Zekerheid over de datering van het beeldje van St. Geertruid kan niet worden gegeven. Volgens de eisen die het RMO stelt, is het voor een zekere datering nodig dat een vuursteenknol met vergelijkbare groeven in een controleerbare context wordt gevonden. Het beeldje van St. Geertruid is echter een oppervlaktevondst van een locatie waar van vrijwel alle perioden uit steentijd wel artefacten zijn gevonden.

Het is wel  mogelijk om op basis van proeven en parallellen voor bepaalde kenmerken de meest waarschijnlijke datering te bepalen. De gevonden parallellen verwijzen alle naar een Neolithische ouderdom tussen 5500 en 3000 v. Chr. Er is geen enkele parallel die naar een andere periode verwijst. Kijkt men alleen 

naar de parallellen in het gebied Nederland, Duitsland en België, dan volgt daaruit als eenduidige datering de Lineaire Bandkeramiek: 5500-4900 v. Chr.

De Lineaire Bandkeramiek is dus de meest waarschijnlijke datering voor het beeldje van St. Geertruid. Een kritische nabeschouwing ondersteunt deze datering.

 

Deel III van het rapport betreft de slotparagrafen. Het gaat o.a. over de vraag: Is het beeldje van St. Geertruid een beeldje van een Vogelgodin?

Marija Gimbutas heeft als archeologe bij opgravingen in Europa veel belangrijke vondsten gedaan. Zij vond op de Balkan honderden beeldjes en andere voorwerpen, waarop soms tekens waren ingekrast die volgens haar een nieuw beeldschrift vormden. De beeldjes verdeelde zij in een beperkt aantal groepen, 

op grond van de uiterlijke kenmerken. Eén groep mensafbeeldingen werd geselecteerd op basis van vogelkenmerken: de beeldjes van “Vogelgodinnen”.

De Vogelgodin is zowel vrouw als vogel. Ze  wordt regelmatig afgebeeld als een tronende godin. Op haar beeldjes uit het vroeg Neolithicum van de Balkan komen vaak symbolen voor, waaronder de V-symbolen en het tri-line symbool, die ook voorkomen op het beeldje van St. Geertruid.

Gimbutas is tegenwoordig bij de archeologen zeer omstreden vanwege haar vergaande speculaties. Desondanks blijft het feit bestaan, dat meerdere beeldjes 

uit het vroeg Neolithicum van de Balkan vogelkenmerken hebben. En dat sommige van die beeldjes een zittende figuur weergeven die wellicht op een troon zit. Het lijkt mij dus gerechtvaardigd om daarin een afbeelding van een Vogelgodin te vooronderstellen. Zonder de interpretaties van Gimbutas over de functie van 

die godin over te nemen, is het beeldje van St. Geertruid voor mij daarom ook een Vogelgodin. Voor wie het wil zien staat haar naam er in symboolschrift  

drie keer op. Op het hart, op de hals en op het achterhoofd: “Ik ben de Vogelgodin”.

 

Een belangrijke vraag aan het slot van dit rapport betreft de vraag hoe nu verder? Is verder onderzoek gewenst?  Dit hangt af van het doel dat je wil bereiken.

Voor mij was het doel in eerste instantie te (laten) onderzoeken of ik een steentijdbeeldje heb gevonden. Dat doel is bereikt: voor mij is bewezen dat er graveringen op de vuursteenknol staan en dat het dus een beeldje is. Ook is er een eenduidige, meest waarschijnlijke datering: de Lineaire Bankkeramiek.

Verder onderzoek is uit dat oogpunt niet nodig. Verificatie van  de kansberekeningen en van de aannamen en waarnemingen die ik heb gedaan, lijkt mij een goede zaak. Maar is voor het gestelde doel geen noodzaak.

 

Mijn tweede doel is het vinden van erkenning dat het beeldje van St. Geertruid naar alle waarschijnlijkheid een steentijdbeeldje is, dat als Nederlands erfgoed behouden moet blijven. Dat is maar ten dele gelukt. Het RMO erkent wel dat de meest waarschijnlijke datering voor het beeldje van St. Geertruid de Lineaire Bankkeramiek is, maar zegt ook dat het ultieme bewijs dat het een beeldje is, nog niet is geleverd. Men wijst kansberekeningen principieel af als middel om te kunnen bewijzen dat de symbolen gegraveerd zijn. Hoe klein ook, er bestaat altijd een kans op toeval. Het RMO wil de absolute zekerheid en verwacht die zekerheid van gebruikssporenonderzoek. Extra zekerheid  met behulp van dit onderzoek lijkt eenvoudig te leveren.

Ware het niet dat Amkreutz (RMO) weinig ziet in verder onderzoek. Gebruikssporenanalyse kan volgens hem mogelijk iets over zeggen over de maakwijze van de sporen en misschien iets over de ouderdom, maar kan niets veranderen aan het feit dat zulk onderzoek geen zekere datering zal opleveren. Het beeldje van St. Geertruid is immers niet gevonden in een controleerbare context. De waarde van vervolgonderzoek vindt het RMO daarom te gering.

 

Ik kan niet ontkennen dat verder onderzoek geen zekere datering op zal leveren, maar de conclusie die het  RMO daaruit trekt begrijp ik niet. Het ontbreken van een zekere datering is bij de bekende Nederlandse kunstuitingen uit de steentijd eerder regel dan uitzondering. Maar dat was in het verleden nooit een reden om af te zien van verder onderzoek. Het ontbreken van een zekere datering wil immers niet zeggen dat daarmee vaststaat dat het beschouwde stuk niet behoort tot belangrijk Nederlands erfgoed. Om dan toch maar weer zelf onderzoek te (laten) doen, omdat niemand anders het doet, lijkt mij echter weinig zinvol.

 

De animo om zelf verder onderzoek te doen, is ook niet groot omdat mij nooit duidelijk is geworden welke (overheids)instanties verantwoordelijk zijn voor een goede zorg voor het Nederlands mobiel steentijderfgoed en of er t.a.v. die zorg een landelijk beleid bestaat. Het is mij dus ook niet duidelijk wie, behalve het RMO, eventueel verder onderzoek zou kunnen of moeten doen.

Hoewel de naam dit wel suggereert, blijkt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed die taak: een goede zorg voor het Nederlands mobiel steentijderfgoed, niet 

uit te voeren. Deze dienst  richt zich vooral op het behoud van rijksmonumenten.

De missie van het Rijksmuseum voor Oudheden is: een divers publiek op een inspirerende, hoogwaardige en actieve wijze in contact brengen met culturen van de oudheid en hun relevantie voor onze tijd. Die missie sluit niet naadloos aan bij de zorg voor ons mobiel steentijderfgoed, maar in de praktijk zijn er gelukkig 

wel overlappingen.

 

Er zal dus geen verder onderzoek naar het beeldje van St. Geertruid worden uitgevoerd. Maar de publicatie van dit rapport kan hopelijk ook voorkomen dat het beeldje van St. Geertruid als een mystificatie onbekend blijft en op termijn voor het Nederlands erfgoed verloren gaat.

  

Wellicht dat het na de publicatie interessant is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed  te vragen of er een landelijk beleid bestaat t.a.v. de zorg voor het Nederlandse mobiele steentijderfgoed en hoe de taakverdeling is. Om mij vervolgens nog eens af te vragen hoe verder te gaan. Nog altijd ‘de Koninklijke weg’ of uiteindelijk  toch maar een begaanbaarder pad?