|
Website Beeldje van St. Geertruid |
|
| Do Samenvatting Beeldje St. Geertruid.pdf Een prehistorisch beeldje van St. Geertruid febr. 2012.pdf Kansberekening symbolen aug 2011.pdf De samenvatting van het rapport Erratum blz. 19 met nieuw argument voor prehistorische ouderdom graveringen Het
beeldje van St. Geertruid: een figuratieve vuursteen met gegraveerde symbolen. Begin negentiger jaren vond ik op
de Kaap bij St. Geertruid een kleine
vuursteenknol (hoogte 6,5 cm) met in de cortex groeven die mij opzettelijk
gemaakt leken.
“De
Koninklijke weg”: onderzoek door de archeologen op gang brengen, bleek echter
niet haalbaar. Omdat door henzelf nooit eerder een figuratieve vuursteen met
gegraveerde symbolen is gevonden, was denk ik het ongeloof te groot.
Uiteindelijk heb ik dit onderzoek dan maar zelf gedaan.
Nadat in 2011 een leesbaar concept rapport gereed was gekomen, bleek
overleg mogelijk met de conservator prehistorie Nederland (Amkreutz) van het
Rijksmuseum van Oudheden (RMO). Waarvoor dank.
De samenvatting van het rapport, het volledige rapport (incl. de samenvatting), en de bijbehorende kansberekeningen kunnen worden ingezien, geprint en gedownload door te klikken op de links aan de bovenzijde van deze pagina. Uit het onderzoek blijkt dat gesproken mag worden van een ‘beeldje van St. Geertruid’. Op grond van proeven en parallellen voor bepaalde kenmerken, kon
ook de meest waarschijnlijke datering worden bepaald: de Lineaire Bandkeramiek
(5500-4900 v. Chr.). Alle
parallellen uit Nederland en omringende landen verwijzen naar deze periode.
Er zijn
dus meerdere redenen om dit rapport te schrijven en te publiceren op website www.beeldjestgeertruid.nl : ·
De publicatie betreft een
voor Nederland uniek beeldje, waar men speculatief een beeldje van een
Vogelgodin in kan zien, met als
meest waarschijnlijke datering de Lineaire Bandkeramiek (5500-4900 v. Chr.) De
publicatie heeft daarom nieuwswaarde. ·
De publicatie is van belang
om anderen attent te maken op het bestaan van beeldjes die gemaakt zijn door het
graveren in de cortex van een figuratieve vuursteenknol. ·
De publicatie kan
bevorderen dat ook archeologen of archeologische diensten alsnog verder
onderzoek doen. ·
De publicatie is nodig om
te voorkomen dat een vondst als deze in de vergetelheid raakt en voor het
Nederlands erfgoed verloren gaat. Ik heb
de publicatie tevens benut om de door mij gevonden parallellen tussen de
afbeelding van de ‘danseres van Geldrop’ (een erkende kunstuiting uit de
steentijd van Nederland) en rotsschilderingen uit Noord Afrika te tonen. Zie
rapport, paragraaf 14. Deel I
van dit rapport gaat over de vraag: is het een beeldje? Acht groeven op de vuursteenknol, voldoen aan de kenmerken voor graveringen gemaakt door schrapen. Deze acht groeven vormen drie symbolen: twee V-symbolen en één tri-line symbool, dat bekend is van andere archeologische vondsten. Uit de kansberekeningen blijkt dat de kans op antropogene oorsprong van de symbolen vele tientallen miljarden malen groter is dan de kans op toeval. Er kan daarom met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de beschouwde symbolen opzettelijk door graveren zijn aangebracht en dat er dus sprake is van een beeldje. Die conclusie wordt bevestigd door het feit dat de acht beschouwde groeven alle met slechts één werktuig gemaakt kunnen worden. Als deze groeven toevallige schampsporen i.p.v. graveringen zouden zijn, is de kans daarop klein. Ook de harmonie tussen de graveringen en de vorm van het beeldje bevestigt die mening. En last but not least is
er ook nog technisch bewijs dat de beschouwde groeven graveringen zijn. In deel
II van dit rapport betreft het bepalen van de meest waarschijnlijke datering. Zekerheid
over de datering van het beeldje van St. Geertruid kan niet worden gegeven.
Volgens de eisen die het RMO stelt, is het voor een zekere datering nodig dat
een vuursteenknol met vergelijkbare groeven in een controleerbare context wordt
gevonden. Het beeldje van St. Geertruid is echter een oppervlaktevondst van een
locatie waar van vrijwel alle perioden uit steentijd wel artefacten zijn
gevonden. Het is wel mogelijk om op basis van proeven en parallellen voor bepaalde kenmerken de meest waarschijnlijke datering te bepalen. De gevonden parallellen verwijzen alle naar een Neolithische ouderdom tussen 5500 en 3000 v. Chr. Er is geen enkele parallel die naar een andere periode verwijst. Kijkt men alleen naar de parallellen in het gebied Nederland, Duitsland en België, dan volgt daaruit als eenduidige datering de Lineaire Bandkeramiek: 5500-4900 v. Chr. De
Lineaire Bandkeramiek is dus de meest waarschijnlijke datering voor het beeldje
van St. Geertruid. Een kritische nabeschouwing ondersteunt deze datering. Deel III
van het rapport betreft de slotparagrafen. Het gaat o.a. over de vraag: Is het
beeldje van St. Geertruid een beeldje van een Vogelgodin? Marija
Gimbutas heeft als archeologe bij opgravingen in Europa veel belangrijke
vondsten gedaan. Zij vond op de Balkan honderden beeldjes en andere voorwerpen, op grond van de uiterlijke
kenmerken. Eén groep mensafbeeldingen werd geselecteerd op basis van
vogelkenmerken: de beeldjes van “Vogelgodinnen”. De
Vogelgodin is zowel vrouw als vogel. Ze wordt
regelmatig afgebeeld als een tronende godin. Op haar beeldjes uit het vroeg
Neolithicum van de Balkan komen vaak symbolen voor, waaronder de V-symbolen en
het tri-line symbool, die ook voorkomen op het beeldje van St. Geertruid. Gimbutas is tegenwoordig bij de archeologen zeer omstreden vanwege haar vergaande speculaties. Desondanks blijft het feit bestaan, dat meerdere beeldjes uit het vroeg Neolithicum van de Balkan vogelkenmerken hebben. En dat sommige van die beeldjes een zittende figuur weergeven die wellicht op een troon zit. Het lijkt mij dus gerechtvaardigd om daarin een afbeelding van een Vogelgodin te vooronderstellen. Zonder de interpretaties van Gimbutas over de functie van die godin over te nemen, is het beeldje van St. Geertruid voor mij daarom ook een Vogelgodin. Voor wie het wil zien staat haar naam er in symboolschrift drie keer op. Op het hart, op de hals en op het achterhoofd: “Ik ben de Vogelgodin”. Een
belangrijke vraag aan het slot van dit rapport betreft de vraag hoe nu verder?
Is verder onderzoek gewenst? Dit
hangt af van het doel dat je wil bereiken. Voor mij
was het doel in eerste instantie te (laten) onderzoeken of ik een
steentijdbeeldje heb gevonden. Dat doel is bereikt: voor mij is bewezen dat er
graveringen op de vuursteenknol staan en dat het dus een beeldje is. Ook is er
een eenduidige, meest waarschijnlijke datering: de Lineaire Bankkeramiek. Verder
onderzoek is uit dat oogpunt niet nodig. Verificatie van
de kansberekeningen en van de aannamen en waarnemingen die ik heb gedaan,
lijkt mij een goede zaak. Maar is
voor het gestelde doel geen noodzaak. Mijn
tweede doel is het vinden van erkenning dat het beeldje van St. Geertruid naar
alle waarschijnlijkheid een steentijdbeeldje is, dat als Nederlands erfgoed
behouden moet blijven. Dat is maar ten dele gelukt. Het RMO erkent wel dat de
meest waarschijnlijke datering voor het beeldje van St. Geertruid de Lineaire
Bankkeramiek is, maar zegt ook dat het
ultieme bewijs dat het een beeldje is, nog niet is geleverd. Men wijst
kansberekeningen principieel af als middel om te kunnen bewijzen dat de symbolen
gegraveerd zijn. Hoe klein ook, er bestaat altijd een kans op toeval. Ware het
niet dat Amkreutz (RMO) weinig ziet in verder onderzoek. Gebruikssporenanalyse
kan volgens hem mogelijk iets over zeggen over de maakwijze van de sporen en
misschien iets over de ouderdom, maar kan niets veranderen aan het feit dat zulk
onderzoek geen zekere datering zal opleveren. Het beeldje van St. Geertruid is
immers niet gevonden in een controleerbare context. De waarde van
vervolgonderzoek vindt het RMO daarom te gering. Ik kan
niet ontkennen dat verder onderzoek geen zekere datering op zal leveren, maar de
conclusie die het RMO daaruit trekt
begrijp ik niet. Het ontbreken van een zekere datering is bij de bekende
Nederlandse kunstuitingen uit de steentijd eerder regel dan uitzondering. Maar
dat was in het verleden nooit een reden om af te zien van verder onderzoek. Het
ontbreken van een zekere datering wil immers niet zeggen dat daarmee vaststaat
dat het beschouwde stuk niet behoort tot belangrijk Nederlands erfgoed. De animo
om zelf verder onderzoek te doen, is ook niet groot omdat mij nooit duidelijk is
geworden welke (overheids)instanties verantwoordelijk zijn voor een goede zorg
voor het
Nederlands mobiel steentijderfgoed en of er t.a.v. die zorg een landelijk beleid
bestaat. Het is mij dus ook niet duidelijk wie, behalve het RMO, eventueel
verder onderzoek zou kunnen of moeten doen. Hoewel de naam dit wel suggereert, blijkt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed die taak: een goede zorg voor het Nederlands mobiel steentijderfgoed, niet uit te
voeren. De missie van het Rijksmuseum voor Oudheden is: een divers publiek op een inspirerende, hoogwaardige en actieve wijze in contact brengen met culturen van de oudheid en hun relevantie voor onze tijd. Die missie sluit niet naadloos aan bij de zorg voor ons mobiel steentijderfgoed, maar in de praktijk zijn er gelukkig wel overlappingen. Er zal
dus geen verder onderzoek naar het beeldje van St. Geertruid worden uitgevoerd.
Maar de publicatie van dit rapport kan hopelijk ook voorkomen dat het beeldje
van
Wellicht dat het na de publicatie
interessant is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
te vragen of er een landelijk beleid bestaat t.a.v. de zorg voor het
Nederlandse mobiele steentijderfgoed en hoe de taakverdeling is. Om mij
vervolgens nog eens af te vragen hoe verder te gaan. Nog altijd ‘de
Koninklijke weg’ of uiteindelijk toch
maar een begaanbaarder pad?
|